intrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| intrekken |
trok in |
ingetrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
intrekken
- (overgankelijk) een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
- Alle verlof werd ingetrokken.
- (overgankelijk) naar binnen halen
- Geschrokken trok de slak zijn voelhorentjes in.