intrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van trekken met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
intrekken
trok in
ingetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

intrekken

  1. (overgankelijk) een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
    Alle verlof werd ingetrokken.
  2. (overgankelijk) naar binnen halen
    Geschrokken trok de slak zijn voelhorentjes in.