aftrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aftrekken |
trok af |
afgetrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
aftrekken
- (overgankelijk), (wiskunde) rekenkundige bewerking waarbij een getal met een getal verminderd wordt
- Als je drie van vijf aftrekt, krijg je twee.
- (overgankelijk) iets met een trekkende beweging losmaken, verwijderen door te trekken
- Hij heeft vandaag het blaadje van de scheurkalender afgetrokken.
- (overgankelijk) de trekker van een pistool overhalen
- (overgankelijk) korten
- Wij willen graag deze kosten aftrekken.
- (overgankelijk) (Limburg) een foto (van iets of iemand) maken
- Als u in het hokje gaat zitten trek ik u zo meteen af.
- (overgankelijk) (Limburg) de wc doorspoelen
- Vergeet niet de wc af te trekken nadat je geplast hebt!
- (Noord-Nederland) (wederkerend) zich ~: masturberen van een man.
- (overgankelijk) een man met de hand seksueel bevredigen
- (overgankelijk) een infusie (aftreksel) maken van iets
- Men kan het zaad ook wel in wijn aftrekken of thee maken van de bladeren.
- (ergatief) (militair) het strijdperk of de belegering verlaten, zich verwijderen, weggaan
- Toen de vijand eindelijk afgetrokken was, haalde de hele bevolking opgelucht adem en werd er feest gevierd.
Synoniemen
- [6.] afrukken
Vertalingen
1. rekenkundige bewerking waarbij een getal met een getal verminderd wordt
7. zich aftrekken
9. aftreksel maken
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel af- in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 3 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands