rondtrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rond·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| rondtrekken |
trok rond |
rondgetrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
rondtrekken
- (inergatief) zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan
- We hebben deze vakantie een beetje door Nieuw-Engeland rondgetrokken.