dochter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doch·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: dochter
Oudnederlands: dohter
Germaans: *duhtēr
Indo-Europees: *dʰugh₂tḗr
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: daughter (Angelsaksisch: dohtor), Duits: Tochter, (Oudhoogduits: tohter), Fries: dochter (Oudfries: dochter)
Noord: Zweeds: dotter, Deens/Noors: datter, (Nynorsk: dotter, Oudnoors: dóttir), IJslands/Faeröers: dóttir
Oost: Gotisch: dauhtar
enkelvoud meervoud
naamwoord dochter dochters
verkleinwoord dochtertje dochtertjes

Zelfstandig naamwoord

dochter v

  1. (familie) een vrouwelijk kind
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie