vriendelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈvrɪndələk/, /ˈvriːndələk/
Woordafbreking
- vrien·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vriendelijk | vriendelijker | vriendelijkst |
| verbogen | vriendelijke | vriendelijkere | vriendelijkste |
| partitief | vriendelijks | vriendelijkers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
vriendelijk
- met het nodige respect
- De vriendelijke man achter de toonbank gaf me mijn wisselgeld terug.