nazaat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- na·zaat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nazaat | nazaten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
nazaat m
- iemand met een specifieke voorouder of specifieke voorouders
- Hij is een verre nazaat van Karel de Grote.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
1. iemand met een specifieke voorouder of specifieke voorouders