nazaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·zaat
enkelvoud meervoud
naamwoord nazaat nazaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nazaat m

  1. iemand met een specifieke voorouder of specifieke voorouders
    Hij is een verre nazaat van Karel de Grote.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen