jongere
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jon·ge·re
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jongere | jongeren |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
jongere m
- een persoon van jeugdige leeftijd
- De jongeren wisten, ondanks de grondige controle, alcohol te kopen.
Vertalingen
1. een persoon van jeugdige leeftijd
Bijvoeglijk naamwoord
jongere
- verbogen vorm van de vergrotende trap van jong
- De jongere medewerkers hadden daar niet zo'n probleem mee.