wapen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·pen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wapen wapens
wapenen
verkleinwoord wapentje wapentjes

Zelfstandig naamwoord

wapen o [2]

  1. een werktuig van geweld
  2. een wapenschild
  3. een onderscheidingsteken van een familie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
wapenen

wapen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wapenen
    • Ik wapen. 
  2. gebiedende wijs van wapenen
    • Wapen! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wapenen
    • Wapen je? 

Verwijzingen