Naar inhoud springen

vorst

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Vorst
  • vorst
1 enkelvoud meervoud
naamwoord vorst vorsten
verkleinwoord vorstje vorstjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord vorst
verkleinwoord vorstje

devorstv/m

  1. (adel) heersend edelman, bijvoorbeeld een koning, monarch of keizer [2]
     In de zestiende en zeventiende eeuw had de vorst alle macht in handen en liet zich niets gelegen liggen aan regels of wetten.[3]
     Een ander belangrijk aspect van de groeiende sportcultuur was het ontstaan van een gespecialiseerde klasse van trainers en instructeurs, die de vorst en zijn gevolg onderrichtten en begeleidden.[4]
    • De vorst werd tot aftreden gedwongen. 
  2. (meteorologie) weersomstandigheden waarbij water in ijs verandert [5]
    • Er wordt tien graden vorst voorspeld. 
  3. (bouwkunde) nok van een dak, bovenste rij pannen van een dak [6]
  4. bos, woud [7]
vervoeging van
vorsen

vorst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
    • Jij vorst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
    • Hij vorst. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van vorsen
    • Vorst! 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]