vorst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vorst
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord vorst vorsten
verkleinwoord vorstje vorstjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord vorst
verkleinwoord vorstje

Zelfstandig naamwoord

vorst v/m

  1. (adel) heersend edelman, bijvoorbeeld een koning of keizer
    De vorst werd tot aftreden gedwongen.
  2. (meteorologie) weersomstandigheden waarbij water in ijs verandert
    Er wordt tien graden vorst voorspeld.
Vertalingen