monarch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·narch
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monarch monarchen
verkleinwoord monarchje monarchjes

Zelfstandig naamwoord

monarch m [2]

  1. alleenheerser
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal