verbod
Uiterlijk


- ver·bod
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verbod | verboden |
| verkleinwoord | verbodje | verbodjes |
het verbod o
- (juridisch) een regel die een bepaalde handeling strafbaar maakt
- ▸ Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd het verbod voor rechters om zich te mengen in aangelegenheden van de wetgevende en uitvoerende macht en de conflictenregeling ook hier van toepassing verklaard.[1]
- De wijsheid van het verbod op de handel in marihuana is steeds meer onderwerp van discussie in de wereld.
- ▸ Den Haag is de eerste stad in Nederland die zo'n verbod invoerde. Sinds 1 januari zijn er geen fossiele reclames in bushokjes of op straat meer te zien. Het gaat bijvoorbeeld om reclames voor vliegreizen en cruisevakanties. De reisbranche was het niet eens met het verbod en spande een kort geding aan, schrijft Omroep West.[2]
- ▸ Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd het verbod voor rechters om zich te mengen in aangelegenheden van de wetgevende en uitvoerende macht en de conflictenregeling ook hier van toepassing verklaard.[1]
- verbodsartikel, verbodsbepaling, verbodsbord, verbodsethiek, verbodsrecht, verbodsteken, verbodswetgeving
1. strafmaatregel
|
- Het woord verbod staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verbod" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Helen Stout“De Nederlandse rechtsstaat” (2015), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048528622 - ↑
Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be