betogingsverbod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·to·gings·ver·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord betogingsverbod betogingsverboden
verkleinwoord betogingsverbodje betogingsverbodjes

Zelfstandig naamwoord

betogingsverbod o

  1. het verbod om te betogen.
    • Tijdens officiële plechtigheden geldt er op bepaalde plaatsen een betogingsverbod. 
Synoniemen

Gangbaarheid