inreisverbod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·reis·ver·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inreisverbod inreisverboden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inreisverbod o

  1. verbod om in een staat in te reizen
    • De Amerikaanse staat Hawaï gaat het nieuwe inreisverbod van de Amerikaanse president Donald Trump juridisch aanvechten. [1] 

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Gangbaarheid

Verwijzingen