rookverbod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rook·ver·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rookverbod rookverboden
verkleinwoord rookverbodje rookverbodjes

Zelfstandig naamwoord

rookverbod o

  1. een verbod om te roken
    • Het rookverbod is per 1 juli 2008 in de horeca ingevoerd. 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid