uitgaansverbod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·gaans·ver·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgaansverbod uitgaansverboden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

uitgaansverbod o [1]

  1. een verbod om op bepaalde tijden het huis te verlaten en zich op de openbare weg te begeven
    • Volgens getuigen zijn er meerdere explosies en aanhoudend schoten te horen in de stad. Lokale televisiezenders hebben intussen ook beelden uitgezonden van dode en gewonde militanten die op straat liggen. De autoriteiten in Kirkuk hebben een uitgaansverbod ingesteld.[2] 
    • Meer burgemeesters zitten met criminele asielzoekers in hun maag. In Weert negeerde een groep een uitgaansverbod. Justitie wil de groep echter niet vervolgen, omdat de tekst van het noodbevel niet deugde.[3] 
    • Volgens hem is een grote communicatiemast in de haven van Sint-Maarten omgevallen, waardoor er nauwelijks communicatie mogelijk is en het moeilijk is een goed beeld te krijgen van de omvang van de schade. Ook zijn de haven en de luchthaven zwaar getroffen en liggen de schepen in de straten. Omdat op Sint-Maarten een uitgaansverbod geldt, is het ook nog niet goed mogelijk de schade op te nemen, zei de woordvoerder.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 21/OKTOBER/2016 door nadb
  3. Tubantia Anne ter Rele 04-JULI-2017
  4. Volkskrant 7 september 2017