verboden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bo·den

Zelfstandig naamwoord

verboden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verbod

Werkwoord

vervoeging van
verbieden

verboden

  1. meervoud verleden tijd van verbieden
    Wij verboden.
    Jullie verboden.
    Zij verboden.
  2. voltooid deelwoord van verbieden