verboden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bo·den
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

verboden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verbod

Werkwoord

vervoeging van
verbieden

verboden

  1. meervoud verleden tijd van verbieden
    • Wij verboden. 
    • Jullie verboden. 
    • Zij verboden. 
  2. voltooid deelwoord van verbieden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.