trui

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een trui.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trui truien
verkleinwoord truitje truitjes

Zelfstandig naamwoord

trui v/m

  1. (kleding) een warm kledingstuk voor over het bovenlichaam [2]
    Hij trok snel een trui aan tegen de kou.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl