wambuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

wambuis
Uitspraak
Woordafbreking
  • wam·buis
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1317 [1]
  • samenstelling van  wam zn  en  buis zn  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord wambuis wambuizen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wambuis o [3]

  1. (kleding) gewatteerd vest, vaak gemaakt van lagen linnen, in banen gestikt, met een opvulling van wol, katoen en haren, dat het lichaam van de hals tot op het middel bedekt
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen