tennisracket

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

tennisracket
Uitspraak
Woordafbreking
  • ten·nis·rac·ket
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tennisracket tennisrackets
verkleinwoord tennisracketje tennisracketjes

Zelfstandig naamwoord

tennisracket o [1]

  1. een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat waarmee tennis kan spelen
    • Maar soms gaat het mis. Bijvoorbeeld bij de volgende vraag: een tennisracket en een tennisbal kosten samen 1,10 euro. Het racket is een euro duurder dan de bal. Hoe duur is de bal? [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Philip Huff 8 maart 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be