tennisarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ten·nis·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tennisarm tennisarmen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tennisarm m

  1. (medisch) pijnlijke afwijkingen aan de buitenzijde van de elleboog, waarbij vooral strekbewegingen in pols, hand en vingers pijnlijk zijn
    • Toen ik in december met een tennisarm worstelde (rsi bestaat niet meer) raadde de dokter me aan te gaan schrijven met pen en papier. Dat bleek een schot in de roos. Verhalen opzetten op een begrensd stuk papier werkt efficiënter dan in het wilde weg tikken in een oneindig Word-document, waar je gedachten alle kanten op kunnen dwalen en de delete-knop de meest gebruikte toets is. [1] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Marc Hijink 15 maart 2016