intens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tens
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hevig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1902 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen intens intenser intenst
verbogen intense intensere intenste
partitief intens intensers -

Bijvoeglijk naamwoord

intens

  1. zeer krachtig, hevig
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijwoord

Bijwoord

intens

  1. in hoge mate
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen