stoppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stoppen
stopte
gestopt
zwak -t volledig

Werkwoord

stoppen

  1. herstellen (van een gat)
  2. vullen (van een pijp)
  3. doen halthouden
    De agent liet ons stoppen voor een controle.
  4. ophouden, ermee kappen
    Zou je willen stoppen met fluiten?
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

stoppen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stop
Verwante begrippen