stopcontact

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·con·tact
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stopcontact stopcontacten
verkleinwoord stopcontactje stopcontactjes

Zelfstandig naamwoord

stopcontact o

  1. (elektrotechniek) inrichting waardoor men d.m.v. het insteken van een stekker elektrisch verbinding met het lichtnet maakt
    stopcontact bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie