stopper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stopper stoppers
verkleinwoord stoppertje stoppertjes

Zelfstandig naamwoord

stopper m

  1. een voorwerp waarmee iets afgestopt of afgesloten kan worden
    Op deze karaf zit een glazen stopper.
Vertalingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·per
Naar frequentie 1264

Werkwoord

stopper

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van stoppe