stopsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stopsel stopsels
verkleinwoord stopseltje stopseltjes

Zelfstandig naamwoord

stopsel o

  1. afsluiting van een fles
    • Het stopsel was van de fles gevolgen waardoor de wijn op de vloer terecht kwam. 
  2. afsluiting van een gootsteen
Synoniemen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.