stopzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stop·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stopzetten
zette stop
stopgezet
zwak -t volledig

Werkwoord

stopzetten

  1. overgankelijk laten stilstaan of ophouden, afzetten, stilzetten
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stopzetten

stopzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van stopzetten
    • ...dat wij stopzetten. 
    • ...dat jullie stopzetten. 
    • ...dat zij stopzetten. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.