sabel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·bel
Woordherkomst en -opbouw
1,2 enkelvoud meervoud
naamwoord sabel sabels
verkleinwoord sabeltje sabeltjes
3,4 enkelvoud meervoud
naamwoord sabel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sabel

  1. m (militair) een slag- en steekwapen, van oudsher in gebruik bij de cavallerie, nu onder meer gebruikt in de schermsport
  2. m (gereedschap) een werktuig voor het bewerken van stenen
  3. o (kleding) bont van de sabelmarter
  4. o (heraldiek) de kleur zwart
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
sabelen

sabel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sabelen
    Ik sabel.
  2. gebiedende wijs van sabelen
    Sabel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sabelen
    Sabel je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Baskisch

Zelfstandig naamwoord

sabel

  1. (anatomie) buik