blasé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bla·sé
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen blasé blaséer blasést
verbogen blasée blaséere blaséste
partitief blasés blaséers -

Bijvoeglijk naamwoord

blasé

  1. verveeld door te veel plezierigheden
    • De blasé blik van de verwende rijke jongeman spak boekdelen. 
    • De blasé jongeman had weer een avontuurtje nodig om te voelen dat hij nog leefde. 
Synoniemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.