rede

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de
2 enkelvoud meervoud
naamwoord rede redes
verkleinwoord redetje redetjes
3 enkelvoud meervoud
naamwoord rede reden
verkleinwoord (redetje) (redetjes)

Zelfstandig naamwoord

rede v/m

  1. het vermogen te denken en begrijpen
  2. een formele toespraak
    • In zijn rede maakte hij gewag van grote vorderingen in zijn onderzoek. 
  3. (scheepvaart) een ankerplaats buitengaats
    • Goeree is genoemd naar de goede rede die er te vinden was. 
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie