reder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reder reders
verkleinwoord redertje redertjes

Zelfstandig naamwoord

reder m

  1. (palindroom) (scheepvaart) eigenaar van een schip
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen