redenaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Brugman de redenaar (spreken als Brugman
Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de·naar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord redenaar redenaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

redenaar m [3]

  1. iemand die in het openbaar spreekt, een beoefenaar van de welsprekendheid
    • Hij is niet alleen een bevlogen redenaar, hij durft dat ook te laten zien en horen - anders dan veel andere politici in Duitsland, waar bijna driekwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog nog altijd een zekere reserve tegenover meeslepende toespraken bestaat. Schulz als spreker vergelijken met Merkel is niet zozeer rock tegenover klassiek, het is muziek tegenover dienstmededelingen. [4] 
    • Het is een zeldzaamheid in het topvoetbal: de commercieel directeur die ook technisch directeur is. Jan van Halst is allebei, maar het werkt niet. Van Halst is een commerciële man bij uitstek, het ideale uithangbord van FC Twente. Bedrijven vinden het mooi als híj op bezoek komt en niet zomaar een onbekende. Van Halst is een geboren redenaar, zijn boodschap verkoopt. [5] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen