rag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rag ragen
verkleinwoord ragje ragjes

Zelfstandig naamwoord

rag o [2]

  1. spinrag
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
raggen

rag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van raggen
    Ik rag.
  2. gebiedende wijs van raggen
    Rag!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van raggen
    Rag je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal