grol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grol grollen
verkleinwoord grolletje grolletjes

Zelfstandig naamwoord

grol v/m

  1. Aardigheid, gekheid, frats, gril, grap.


Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
grollen

grol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grollen
    • Ik grol. 
  2. gebiedende wijs van grollen
    • Grol! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grollen
    • Grol je?