grap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grap
enkelvoud meervoud
naamwoord grap grappen
verkleinwoord grapje grapjes

Zelfstandig naamwoord

grap m

  1. verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
    • Hij haalde een kostelijke grap uit. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
grappen

grap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grappen
    • Ik grap. 
  2. gebiedende wijs van grappen
    • Grap! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grappen
    • Grap je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord grap grappe
verkleinwoord grappie grappies

Zelfstandig naamwoord

grap

  1. grap