Naar inhoud springen

pole

Uit WikiWoordenboek
  • pole
  • [1] van het Engels[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord pole poles
verkleinwoord - -

de polev [2]

  1. (sport) poleposition, beste startplaats bij een race


  • Afgeleid van het Middenhoogduitse boln
  1. lawaai maken


pole

  1. paal m


  • po·le
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *poľe

pole o

  1. veld, akker
  2. (natuurkunde)(elektrotechniek) veld; ruimte waarbinnen een kracht of een stelsel van krachten werkt of kan werken


  • po·le
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *poľe

pole o

  1. veld, akker
    «Na polích v Polabí bývají vysoké výnosy obilovin.»
    Op de akkers langs de Elbe is de graanopbrengst gebruikelijk hoog.
  2. ruimte
    «Po rezignaci předsedy měl jeho nástupce volné pole působnosti.»
    Na de resignatie van de voorzitter had zijn opvolger de vrije ruimte.
  3. vak, veld; op een formulier voor het invullen van gegevens
  4. (natuurkunde)(elektrotechniek) veld; ruimte waarbinnen een kracht of een stelsel van krachten werkt of kan werken
    «Gravitační pole Země působí i na okolní planety.»
    Het zwaartekrachtveld van de Aarde beïnvloedt ook nabijgelegen planeten.
  5. (informatica) array; rangschikking van elementen die kunnen worden gerefereerd door ten minste één index of sleutel (dimensie)
  6. (wiskunde) lichaam (in Nederland), veld (in België); een algebraïsche structuur waarin de bewerkingen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen op de gebruikelijke wijze uitgevoerd kunnen worden
  1. role o
  2. rubrika v, políčko o
  3. komutativní těleso o