lawaai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·waai
Woordherkomst en -opbouw
  • Mogelijk een verbastering van het Franse l'aubade (de morgengroet). [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lawaai -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lawaai o

  1. luid en storend geluid
    Er was een feestje boven en er werd tot in de kleine uurtjes flink lawaai gemaakt.
Typische woordcombinaties
  • lawaai maken
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
lawaaien

lawaai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lawaaien
    Ik lawaai.
  2. gebiedende wijs van lawaaien
    Lawaai!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lawaaien
    Lawaai je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl