pater

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pater paters
verkleinwoord patertje patertjes

Zelfstandig naamwoord

pater m [2]

  1. (religie) (rooms-katholiek) priester die tot een kloosterorde behoort
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Latijn

Woordafbreking
  • pa·ter

Zelfstandig naamwoord

pătĕr m

  1. (familie) vader m
    «Pater maritus matris est.»
    Vader is de echtgenoot van moeder.
Verbuiging
Overerving en ontlening