père

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  père     le père     pères     les pères  

Zelfstandig naamwoord

père m

  1. (familie) vader
  2. (spreektaal) meneer, ouwe, vader als aanspreekvorm
    «Le père Dupont nous a dit de foutre le camp.»
    Die ouwe Dupont heeft ons gezegd op te rotten. [1]

Verwijzingen