paternoster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] paternoster in het Latijn
[3] schematische voorstelling van de werking van een paternoster (lift)
Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ter·nos·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord paternoster paternosters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

paternoster m [2]

  1. (religie) christelijk gebed, het onze vader
    • Maar, zoals een bestuurder het verwoordt: ‘Als jij of je vader of moeder ligt te creperen van de pijn, gaat het niet helpen als iemand naast je een paternoster zit te bidden. Overigens: hoeveel mens is een mens nog als die volledig opgaat in het lijden?’ [3] 
  2. (religie) christelijk gebedssnoer
    • Het is een constante gedurende de reis, hoe geloof en familieband verweven zijn. Jessica heeft een zak vol plastic wijwaterflessen mee om te vullen in de Jordaan. Jad koopt Palestijnse sjaals op verzoek van de familie. Maryse en Jessica nemen een paar paternosters uit Bethlehem mee naar Brussel. [4] 
  3. soort lift
  4. emmerbaggermolen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. paternoster op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard ZATERDAG 12 AUGUSTUS 2017
  4. de Standaard ZATERDAG 15 APRIL 2017