voorkoop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·koop
enkelvoud meervoud
naamwoord voorkoop voorkopen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

voorkoop m

  1. (handel) het uitoefenen van het voorkooprecht
    • Pachters hebben in België het recht op voorkoop; ze kunnen een grond aan dezelfde prijs aankopen, zonder te moeten opbieden. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.