knoflook

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Knoflook.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knof·look
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kruiderij’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Samenstelling van knof ("kloof", afgeleid van klieven) en look [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord knoflook -
verkleinwoord knoflookje knoflookjes

Zelfstandig naamwoord

knoflook m en o

  1. (plantkunde), (kookkunst), (voeding) Allium sativum op Wikispecies, een bolgewas dat familie is van ui en bieslook
Schrijfwijzen

Oude schrijfwijzen: knooplook (voor ong. 1800), knoplook

Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen