Naar inhoud springen

knoflook

Uit WikiWoordenboek
Knoflookbollen en -teentjes
  • knof·look
  • In de betekenis van ‘kruiderij’ voor het eerst aangetroffen in 1240.[1]
  • Door l/n-wisseling (vgl. kluppel naast knuppel; Ndl. kluwen naast Dt. Knäuel) uit Middelnederlands cloflooc, cluflooc, samenstelling uit clof ‘kloof, spleet’ en looc ‘look’; zie verder kloof en look.[2] Evenzo gevormd zijn Nederduits Knufflook, Knuuflook en Duits Knoblauch.
enkelvoud meervoud
naamwoord knoflook -
verkleinwoord knoflookje knoflookjes

knoflook m / o en o

  1. (bloemplanten) bepaald overblijvend bolgewas, Allium sativum op Wikispecies uit de lookonderfamilie met samengevouwen bol en roze tot violette tweeslachgtige bloemen
  2. (kookkunst), (groente) delen van de bol van Allium sativum op Wikispecies, met een indringende smaak en geur

Oude schrijfwijzen: knooplook (voor ong. 1800), knoplook

99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]