bieslook
Uiterlijk

- bies·look
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bieslook | - |
| verkleinwoord | - | - |
de bieslook m
- (bloemplanten) overblijvende looksoort en bolgewas, Allium schoenoprasum
, gekenmerkt door schermen van meestal roze tot roze-violette bloemen en gekweekt vanwege zijn lange, slanke, holle bladeren - (kruid) groene sprietjes van Allium schoenoprasum
(wikidata: bieslook
)
1. en 2. (groene sprietjes van) looksoort Allium schoenoprasum
- Het woord bieslook staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bieslook" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ bieslook op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Kruid in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %