ai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ai
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van onaangename gewaarwording’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ai ais
verkleinwoord aitje aitjes

Zelfstandig naamwoord

ai m

  1. (tweeletterwoord), (zoogdieren) Bradypus tridactylus op Wikispecies de drievingerige luiaard, een tandarm dier uit het Amazonegebied
    • We hebben in de dierentuin een paar ais gezien. 


Meer informatie

Tussenwerpsel

ai

  1. een uitroep die pijn, schrik of medelijden uitdrukt
    • Ai! Dat is een tegenvaller, zeg! 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Tweeletterwoorden in het Nederlands

afahaiatbobyebenerkoom


Aroemeens

Werkwoord

ai

  1. hebben


Frans

Uitspraak

Werkwoord

ai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van avoir


Engels

enkelvoud meervoud
ai ais

Zelfstandig naamwoord

ai

  1. (tweeletterwoord), (zoogdieren) Bradypus tridactylus op Wikispecies ai
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Lets

Tussenwerpsel

ai

  1. ai, o
  2. ai, ieh, uitroep bij een onaangename verassing


Surinaams

Werkwoord

ai

  1. (anatomie) oog
    1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs