klaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaar
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen klaar klaarder klaarst
verbogen klare klaardere klaarste

Bijvoeglijk naamwoord

klaar

  1. in gereedheid gebracht, gereed
    Is je huiswerk al klaar?
  2. helder, duidelijk
    Dat is klare taal.
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Bijwoord

klaar

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    klaarkrijgen: Ik krijg dat werk vandaag niet meer klaar.
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
klaren

klaar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klaren
    Ik klaar.
  2. gebiedende wijs van klaren
    Klaar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klaren
    Klaar je?