uitverkocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ver·kocht
stellend
onverbogen uitverkocht
verbogen uitverkochte
partitief uitverkochts

Bijvoeglijk naamwoord

uitverkocht

  1. dat alle toegangskaarten zijn verkocht
    • The Rolling Stones traden op in een uitverkocht stadion. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitverkopen

uitverkocht

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van uitverkopen
    • ... dat ik uitverkocht. 
    • ... dat jij uitverkocht. 
    • ... dat hij, zij, het uitverkocht. 
vervoeging van
uitverkopen

uitverkocht

  1. voltooid deelwoord van uitverkopen