ready

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rea·dy
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ready readyer readyst
verbogen - - readyste
partitief ready's readyers -

Bijvoeglijk naamwoord

ready

  1. voldoende voorbereid op wat gaat gebeuren
    • Je voelt je ready, als een geladen wapen, je moet alleen die trigger overhalen. [2]
    • Aleid lachte. ‘Een gentleman die bij de Marble Arch gaat preeken? Enfin - alles is mogelijk. Ready?’ [3]
Synoniemen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
ready readier readiest

Bijvoeglijk naamwoord

ready

  1. klaar, gereed
Overerving en ontlening


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • rea·dy
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engels

Bijvoeglijk naamwoord

ready

  1. klaar
  2. rijp, uitgegroeid
    «Wie weess mer as die Grummbiere ready sin?»
    Hoe weet men dat de aardappelen rijp zijn?
Opmerkingen