klaarzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaar·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klaarzetten
zette klaar
klaargezet
zwak -t volledig

Werkwoord

klaarzetten [1]

  1. (overgankelijk) iets ergens gereed voor gebruik neerzetten
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Als het geluk komt, moet je er een stoel voor klaarzetten.

Werkwoord

vervoeging van
klaarzetten

klaarzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van klaarzetten
    ...dat wij klaarzetten.
    ...dat jullie klaarzetten.
    ...dat zij klaarzetten.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal