klare

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·re
enkelvoud meervoud
naamwoord klare -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klare m

  1. (drinken) zuivere jenever
    Hij nipte aan een glaasje oude klare.

Bijvoeglijk naamwoord

klare

  1. verbogen vorm van de stellende trap van klaar


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·re
Naar frequentie 371

Bijvoeglijk naamwoord

klare

  1. bepaald enkelvoud van klar

klare

  1. meervoud van klar
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   klare     m: klaren
v: klara  
  klarer     klarene  
genitief   klares     m: klarens
v: klaras  
  klarers     klarenes  

Zelfstandig naamwoord

klare, m / v

  1. (meteorologie) een spleet in het wolkendek, opklaring
  2. een open plek
Synoniemen
  • [1]: lysning
  • [1]: revne i skylag
  • [2]: åpent sted


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·re

Bijvoeglijk naamwoord

klare, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van klar

klare, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van klar
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   klare     klaren     klarar     klarane  

Zelfstandig naamwoord

klare, m

  1. (meteorologie) een spleet in het wolkendek, opklaring
  2. een open plek
  3. een open sleuf in het ijs
  4. (het) klare
Schrijfwijzen
Synoniemen