kin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kin kinnen
verkleinwoord kinnetje kinnetjes

Zelfstandig naamwoord

kin m

  1. (anatomie) het vooruitstekende deel van de onderkaak

Tussenwerpsel

kin!

  1. (Bargoens) akkoord!, in orde!, oké!, goed!
Synoniemen
  1. kim
Verwijzingen
  1. Endt, E. & L. Frerichs Bargoens woordenboek 20e druk (2011) Bert Bakker, Amsterdam; ISBN 9789035136526; p. 63
Vertalingen

Meer informatie


Navajo

Uitspraak
  • IPA: /kxɪ̀n/

Zelfstandig naamwoord

kin

  1. huis