kanker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord kanker kankers
verkleinwoord kankertje kankertjes

Zelfstandig naamwoord

kanker m

  1. (medisch) een aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
    • Eén druppel bloed kan genoeg zijn om kanker vast te stellen. [1] 
  2. voortwoekerend kwaad zoals bijv. betonkanker, muurkanker
  3. (biologie) ziekte bij dieren, planten of bomen bijv. hoefkanker, aardappelkanker of boomkanker
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kankeren

kanker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kankeren
    • Ik kanker. 
  2. gebiedende wijs van kankeren
    • Kanker! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kankeren
    • Kanker je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.parool.nl


Indonesisch

Zelfstandig naamwoord

kanker

  1. (medisch) kanker