kanker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord kanker kankers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kanker m

  1. (medisch) een aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
  2. voortwoekerend kwaad zoals bijv. betonkanker, muurkanker
  3. (biologie) ziekte bij dieren, planten of bomen bijv. hoefkanker, aardappelkanker of boomkanker
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kankeren

kanker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kankeren
    Ik kanker.
  2. gebiedende wijs van kankeren
    Kanker!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kankeren
    Kanker je?

Meer informatie


Indonesisch

Zelfstandig naamwoord

kanker

  1. (medisch) kanker